platformgras

Gronings landmark plat?

InUncategorized op07/03/2009 op12:25

door: Karlijn Toebast, Mark Sekuur, Ricard Hernandez

Begin 2008 kreeg Groningen te horen dat de Suikerfabriek van Stad, ooit de grootste suikerstad van Europa, moest sluiten. Vanwege Europese Landbouwsubsidies mocht de ‘plant’ in Groningen geen suiker meer produceren. De fabriek sloot haar poorten. Nu, halverwege 2009, wordt het de Groningers langzaam maar zeker duidelijk dat de fabriek niet alleen gesloten blijft maar dat medio 2010 alle gebouwen, inclusief alle fabrieksmachines, ontmanteld moeten zijn.

De Suikerfabriek is een van de weinige karakteristieke voorbeelden van industriële architectuur in Groningen. De fabriek kent fysiek een aantal bijzondere elementen; grote betonnen silo’s, lange schoorstenen, enkele koolovens en de markante gevel van het entrepotgebouw. Deze bepalen mede de skyline van Groningen. Als je op het terrein en in de fabriek rondloopt ervaar je de industriële geschiedenis, het arbeidersleven, het mysterieuze en betoverende van deze prachtige plek.

Directeur Van Doormaal ontwikkelde aan het begin van de 20e eeuw (1917) een zeer goed geoutilleerde fabriek op zo’n 20 hectare van het totale grondgebied, dat behoorde tot de grootste suikerfabriek van Nederland, zelfs van Europa. De architect W.K. van Oort uit Groningen ontwierp de gebouwen, de machines werden geleverd door Röhrig & König uit Maagdenburg.

Volgens ons stelt de subsidieregeling van de EU strenge en wellicht onredelijke eisen, namelijk het definitief demonteren van álle Suikerunie gebouwen, als voorwaarde voor landbouwsubsidie. Een fantastisch gebouw en omliggend gebied dreigen zo verloren te gaan. Het stoppen van de machines bleek in 2008 onoverkomelijk. Zal de totale ontmanteling in 2010 ook een feit zijn? De rigoureuze sloop is al begonnen.

Op 19 juni 2009 kondigden de Gemeente Groningen en de directie van de Suikerunie aan dat zij een intentieovereenkomst gesloten hebben over de aankoop van het terrein (120 hectare) door de gemeente. Wij architecten zijn blij met deze intentie. De achterliggende gedachte is namelijk dat de gemeente dit stuk stad, 20% groter dan de binnenstad van Groningen, gaat gebruiken voor toekomstige woningbouwontwikkelingen. De grond komt zo niet in handen van verschillende ontwikkelaars en wordt de versnippering van deze laatste grootschalige onroerend goedontwikkeling binnen de stadsgrenzen voorkomen. Daarnaast biedt de aankoop kansen voor het behoud van kenmerkende elementen. In tegenstelling tot de steriliteit van menig VINEX wijk, heeft Groningen hier een gebied met potentie voor een geheel eigen karakter!

Op dit moment doen de gemeente en de Suiker Unie onderzoek naar de economische waarde van het gebied en naar mogelijkheden voor ontwikkeling. Twee andere belangrijke waarden, die van de cultuurhistorie en het industriële erfgoed, lijken echter van ondergeschikt belang. Terwijl deze juist nú hoog op de agenda moeten staan; medio 2010 moet, om in aanmerking te komen voor subsidie, alles immers plat liggen. Wij pleiten dan ook voor snel en grondig onderzoek naar mogelijkheden voor het behoud van (delen van) de Suikerfabriek. Door bijvoorbeeld de grote theaterzaal programmatisch een tweede leven te gunnen of de karakteristieke bakstenen gevel van het entrepotgebouw te hergebruiken als drager van een nieuw gebouw. Duurzaamheid staat hoog op de (inter)nationale agenda en bovendien op die van Groningen.

Voorbeelden van hergebruik zijn de Tate Modern Gallery in Londen en uiteraard de Van Nellefabriek in Rotterdam. Beide gebouwen hadden een industriële functie, maar zijn ondertussen omgebouwd tot respectievelijk museum en kantoorgebouw. Tegelijkertijd heeft het omliggende gebied een metamorfose ondergaan. Daarmee zijn het voorbeelden van duurzame, architectonische en stedenbouwkundige ontwikkelingen.

Erfgoed wordt pas collectief als meerdere mensen hetzelfde als belangwekkend ervaren. Volgens Kevin Lynch in zijn boek The image of the city zijn er vijf elementen die gezien kunnen worden als dragers van een stadsbeeld. Een daarvan is het ‘landmark’. De Suikerfabriek met haar schoorstenen en silo’s geldt zeker als een landmark. Voor Stadjers zijn de schoorsteen en silo’s een referentiepunt in hun stad.

Twaalf jaar geleden heeft de stad ook al de vijf markante schoorsteenpijpen van de Hunze elektriciteitscentrale verloren, tot ergernis van vele burgers. Nog steeds spreken mensen met weemoed over de vief piep’n, wat aantoont hoe belangrijk een skyline voor het collectieve geheugen van een stad kan zijn.

Naast het fysieke gebouw van de Suikerfabriek speelt ook de emotie en de nostalgie van de suikerverwerking een grote rol. Ieder jaar startte in september de campagne, die veertien weken duurde. Dit jaar zal het alweer het tweede jaar zijn dat de Stadjers de zoete, kruidige, wat weeïge geur van de verwerkte suikerbieten moeten missen, en niet te vergeten de prachtige rookwolken en de vrachtwagens vol bieten die vanaf het omringende land komen aanrijden… Aan dit feit valt helaas niets meer te doen, wel is er nog steeds de mogelijkheid tot fysiek behoud van delen van de Suikerfabriek.

Zal Groningen vanaf 2010 een van ‘stads’ markantste complexen moeten missen? Laat het niet zo ver komen. Onix roept burgers, mede-architecten en overige gelijkgestemden op hun stem te laten horen!

Karlijn Toebast, Mark Sekuur, Ricard Hernandez zijn allen werkzaam bij architectenbureau Onix.

Een stugge provincieplaats

InUncategorized op07/03/2007 op15:26

door: Marinus de Vries

’GRONINGEN HEEFT ’T’ stond in september 1996 op de cover van HP/De Tijd. De ondertitel luidde: Hoe een stugge provincieplaats de leukste stad van Nederland werd. De oorzaak van deze gedaanteverwisseling was de manifestatie A Star is Born die dat jaar plaatsvond. Met de Diepenring als verbindend element werden bouwwerken op en aan het water ontworpen. Eerder al, in 1990, had een manifestatie met de naam What a Wonderful World vijf bijzondere bouwwerken opgeleverd. En in 2001 volgde manifestatie nummer 3: Blue Moon. Weer in de combinatie van architectuur en cultuur, maar nu werd een verbinding gelegd tussen het centrum van de stad en het te ontwikkelen terrein van het Europapark.

Opgeteld komen we zo op drie manifestaties en maar liefst veertien paviljoens en gebouwtjes die in elf jaar tijd zijn gebouwd. Maar: waar zijn ze gebleven? Wat is er gebeurd met de paviljoens van de illustere Peter Eiseman, Zaha Hadid, Coop Himmelb(l)au, Rem Koolhaas en Bernard Tschumi? En wat met het werk van Dora Groen en Fumihiko Maki, van Bruce McLean en Alsop & Störmer Architects, van Erwin Olaf en OMA en van Manuel de Solà Morales? En hoe staat het met de gebouwen van Toyo Ito, Xaveer de Geyter, Foreign Office Architect, Tony Fretton en Space Group?

Het is droevig gesteld met een groot aantal van deze ooit met zoveel trots geïnitieerde bouwwerken. Het paviljoen van Zaha Hadid is inmiddels een schroothoop op een industrieterrein. Dat van Coop Himmelb(l)au is een fremdkörper op de dijk in Delfzijl en de ’Peter Eiseman’ werd helemaal gesloopt. Het podium van De Solà Morales is onaangetast, maar de bijbehorende bank moest junkproof worden gemaakt: met kippengaas. Het mobiele podium van McLean en Alsop is in onbruik geraakt en het drijvende paviljoen van Maki ligt achter de Euroborg te wachten op betere tijden.

De vraag dringt zich op of Groningen niet een enorme kans heeft gemist. Want: ’stad van paviljoens en bijzondere gebouwtjes’ zijn we niet geworden, veertien bijzondere gebouwen en paviljoens ten spijt. De creaties van een indrukwekkende rij ontwerpers zijn niet uitgebuit in een beleid: tijdens en na de manifestaties is alleen gefocust op het afleveren van een product, op het organiseren van een tijdelijke gebeurtenis.

Zonde! Want de objecten hebben daardoor niet of nauwelijks een kans gekregen om een permanente status te verwerven. Toegegeven: niet met alle veertien paviljoens en bouwwerken is het zo sneu gesteld. Toyo Ito’s creatie in de Uurwerkersgang bijvoorbeeld stond lang leeg, maar is nu door de universiteit in gebruik genomen. Het bouwwerk van Tony Fretton in de Lutkenieuwstraat wordt door een particulier gebruikt, en het pissoir van Erwin Olaf doet het nog steeds uitstekend. Ook het bouwwerk van Foreign Office Architects aan de Grote Gang wordt gebruikt; daarin is een restaurant gevestigd. En gelukkig is recent ook de bushalte van Rem Koolhaas als openbare video-zuil opnieuw in gebruik genomen.

Ook het paviljoen van Bernard Tschumi aan het Hereplein is als een soort zwerfkei blijven bestaan. Niet opgenomen in een beleid noch op de nominatie om te worden gesloopt, viel het paviljoen in 1990 tussen wal en schip. In 1994 deed Stichting De School het voorstel er projecten van kunstenaars in te organiseren. Daarvoor stelde de dienst OCSW een bescheiden financiële steun ter beschikking. In combinatie met bijdragen van de provincie en de Mondriaan Stichting lukte het projecten te blijven realiseren.

De School, die inmiddels Stichting Tschumipaviljoen heet, heeft inmiddels meer dan vijftig projecten gerealiseerd. Midden in de openbare ruimte van Groningen kunnen in de creatie van een wereldberoemde architect tijdelijke projecten worden gerealiseerd met een groot publieksbereik.

Met zijn paviljoen gaat Bernard Tschumi in tegen klassieke vormen en vastgeroeste regels. Daarmee heeft hij niet een antwoord, maar een vraag geformuleerd, niet een oplossing, maar een probleem opgeworpen. Zo daagt hij kunstenaars, planners en beleidsmakers uit om te reageren. Om passende projecten te realiseren en daar met gericht en flexibel beleid op te anticiperen.

In contrast daarmee vertoont Groningen de neiging om zich bij het investeren in kunst en cultuur te oriënteren op een klein aantal prestigeobjecten. Dit kan leiden tot een verschraling, die niet bevordelijk is voor de culturele sfeer in een stad die mede wordt bepaald door dingen die zich dicht bij de straat afspelen. Juist in een tijd dat steden steeds meer op elkaar gaan lijken, is toch onderscheid nodig? Afwijkende activiteiten in de openbare ruimte, waarvan het onderscheidend vermogen ten opzichte van andere steden bindend en motiverend werkt, geven kleur aan een stad! Het paviljoen van Bernard Tschumi, de busstop van Koolhaas, het zijn zwerfkeien waarvoor Groningen zich niet behoort te schamen, maar zich mee zou moeten profileren!

Helaas wil de politiek altijd bouwen en stenen achterlaten, maar is zij minder begaan met cultuurbeleid. Groningen heeft net de stenen besteld voor de bouw van een wel heel groot paviljoen. Wordt het ook een zwerfkei, overgelaten aan z’n lot? Een traditioneel, centraal gesitueerde moloch, of een bloem in stugge klei, die niet alleen neemt, maar ook geeft, vergelijkbaar met ’Museu d’Art Contemporani de Barcelona’ (MACBA) dat andere stedelijke initiatieven betrekt bij haar programma? Vooralsnog blijft het afwachten, maar van het lot van de paviljoens gaat daarbij alvast een waarschuwing uit.

Marinus de Vries is werkzaam bij en voor de Stichting Tschumipaviljoen.

Wie brandt zijn vingers aan het Groninger Forum?

InUncategorized op03/21/2007 op15:31

door: Lykle de Vries

Stel, je bent museumdirecteur en hebt een collectie over. Iets met scherven, speerpunten en andere oude rotzooi die in en rond de stad Groningen ooit eens uit de grond is getrokken. En stel dat je eigenlijk iets moet met die historische collectie maar daar inmiddels geen ruimte meer voor hebt.
En stel je bent een bibliotheek, gehuisvest in een prachtig pand midden in de binnenstad dat zelfs speciaal voor je werd gebouwd. En stel dat je als bibliotheek een ambitie hebt. Iets met informatietechnologie en nieuwe media, want boeken alleen, dat is tegenwoordig natuurlijk onvoldoende. Wat is er dan leuker om samen iets nieuws te bedenken? Een groot gebouw midden in de stad, een dynamisch centrum voor informatie, ontmoeting, verdieping, weerwoord, educatie, debat, geschiedenis, reflectie en actualiteit. Of, waar het in het kort op neer komt: een centrum voor (van)alles.
Dan heb je zo’n idee. Je praat wat hier en daar. Enthousiasmeert, verleidt, houdt eens een openbare opiniepeiling met vijf ontwerpers van naam en faam en voor je het weet gaan mensen in je concept geloven. Het wordt groter. De gemeente adopteert het als een geweldige trekker voor de binnenstad; de culturele redding voor de Grote Markt. Er is alleen een probleem. Voor zo’n ambitie is meer nodig dan alleen een bibliotheek en een historische collectie. Daar moet meer bij. Alles moet erin: een filmhuis, een debatcentrum, de archieven, misschien zelfs nóg een museum…., want die vierkante meters moeten natuurlijk wel gevuld worden. En liefst met veel moderne media en informatietechnologie erbij. Want dat is de heilige graal van de 21ste eeuw.
U hoeft als lezer geen groot licht te zijn om in de bovenstaande, misschien wat karikaturale schets, het Groninger Forum te herkennen; en initiatief van het Groninger Museum en de Openbare Bibliotheek waarbij zich inmiddels ook de Groninger Archieven en Filmcentrum Images hebben aangesloten. In 2011 moet het er staan: een met leisteen bekleed gebouw naar ontwerp van NL Architects. Prachtig, zou je zeggen. Een aanwinst voor de stad. Maar helaas is de waarheid anders. Want hoe verleidelijk het forum is gebracht en hoe mooi het gekozen gebouw ook oogt vanaf de maquettes: is het nu eigenlijk wel echt een goed idee? Snijdt het wel hout? Is er wel voldoende nagedacht over de inhoud? Is het niet vooral een ambitie van vijftigers die denken dat ze de klok van de informatietechnologie hebben horen luiden?
Wie goed naar het huidige programma voor het Groninger Forum kijkt, bemerkt al snel dat grote delen van het gebouw nog niet zijn ingevuld. Wonderlijk…. want wie zet er nou een gebouw neer waarvan de invulling nog niet eens voor de helft zeker is? Geen ontwikkelaar zou z’n vingers daar aan willen branden.
De initiatiefnemers zijn dan ook naarstig op zoek naar andere partijen om over een aantal jaren hun intrek te nemen in het Forum. Iedereen wordt uitgenodigd, genoemd en haast wanhopig opgeroepen om ideeën aan te leveren. Maar wie wil er z’n vingers branden aan het Forum? Welke bestaande instelling wil opgaan in het grotere geheel en daarmee de z’n eigen gezicht verliezen? Waarom zou je als instelling met een eigen doel en opvatting in godsnaam aan willen haken op thema’s die van boven worden opgelegd – want dat is de bedoeling…. Een thematentoonstelling over de Olympische Spelen rond Londen 2012 betekent bijvoorbeeld dat van Images wordt verwacht dat zij films over de Olympische Spelen gaan draaien. De Groninger Archieven maken dan een tentoonstelling met foto’s van Groninger sporters. De bibliotheek zet boeken over sport in de etalage en debatcentrum DwarsDiep organiseert een debat over sport en gezondheid. Lekker Olympisch allemaal. Maar willen we dat en wordt het culturele klimaat er rijker van? Of nivelleert dit juist het aanbod?
Het laatste ligt waarschijnlijk dichter bij de werkelijkheid van het ‘Forumideaal’.
Maar er zijn meer valkuilen. Zo is het zeer wel denkbaar dat met het oog op het rond krijgen van de exploitatie bestaande (gesubsidieerde) instellingen met zachte dwang in de richting van het forum worden gedirigeerd. Want anders dreigt leegstand… en dat is natuurlijk funest voor ‘een goed idee’.
En er is er nog iets vreemds aan de hand met het Forum. Al die ambities en plannen… hebben we daar eigenlijk wel een gebouw voor nodig? Kan het niet nu al? Alle organisaties zijn er. Vele daarvan zijn prima gehuisvest, staan open voor samenwerking, kennen elkaar en weten elkaar te vinden. Daar is geen met leisteen afgewerkte piramide voor nodig. In die zin zou het best zo kunnen zijn dat een succesvolle samenwerking tussen de huidige partners – het Groninger Museum, de Openbare Bibliotheek, Images en de Groninger Archieven ontplooien namelijk al gezamenlijke activiteiten – het ultieme bewijs kan zijn dat een gebouw helemaal niet nodig is!
Misschien is het juist daarom verstandig om voor de eerste paal is geslagen eens goed te gaan kijken of het allemaal wel kan en of het programma er überhaupt wel is. Dat had natuurlijk al veel eerder gemoeten, maar helaas. Gelukkig biedt juist hier de ‘informatietechnologie’ in de vorm van Second Life een oplossing. Wat als we het Forum nu eens virtueel zouden kraken, niet in de werkelijkheid dus, maar in het ultrahippe Second Life? Daar kunnen we het hele gebouw al realiseren. We kunnen events van de grond trekken. We kunnen instellingen en bewoners van de stad een podium bieden zonder dat er miljoenen aan gemeenschapsgeld uitgetrokken wordt voor dure nieuwbouw met een groot risico op leegstand. Prettige bijkomstigheid: het dwingt de ambitieuze vijftigers tot contact met een jongere generatie die van het Forum idee geen droom maar werkelijkheid kan maken, virtueel of niet.

Lykle de Vries is vennoot bij De Ondernemers BV en voormalig voorzitter van Nieuwe Garde, netwerk voor jonge creatieven.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.